Susan Kuijken: Train hard, sleep easy

Vandaag is het precies drie weken totdat ik op trainingsstage ga naar Mount Laguna en vervolgens doorvlieg naar Nederland voor het baanseizoen. Een moeilijk moment omdat ik mijn leventje in Melbourne voor een lange tijd gedag moet zeggen, maar tegelijkertijd ook spannend omdat de eerste stap richting het Europese baanseizoen weer wordt gezet.

Screen shot 2013-10-08 at 1.53.38 PM

Het lijkt wel gisteren, dat ik vanuit mijn laatste wedstrijd in New York terug naar Australië vloog voor mijn ‘wintertraining’ in de zomer. Maar in de afgelopen zes maanden heb ik zoveel arbeid in mijn lichaam gestopt dat ik wel beter weet dan dat het gisteren was. De vermoeidheid van het Europese seizoen was stiekem voor New York al in mijn lichaam geslopen en na mijn succesvolle poging dat te negeren, kwam dat er na terugkomst in Australië dubbel zo hard uit. Gelukkig had ik in oktober een fijne rustperiode ingelast waarin in het eerste gedeelte vooral slapen op het programma stond en in het tweede gedeelte alles dat niets met rennen heeft te maken om zo mentaal en fysiek weer helemaal fris aan het nieuwe jaar te beginnen.

Na twee weken rust en vervolgens twee weken rustige duurloopjes was het weer tijd om echt te gaan trainen. De trainingsintensiteit is niet het hele jaar door hetzelfde, maar we werken met trainingsblokken die vanaf oktober tot en met het baanseizoen steeds specifieker worden zodat ik in juni, juli en augustus klaar ben om echt hard te lopen. Parallel met de trainingsintensiteit loopt mijn focus. In oktober tot en met kerst is er naast de training nog wel tijd en energie om andere dingen te doen. Maar daarna wordt dat langzaamaan steeds minder totdat ik me in maart opeens realiseer dat ik echt alleen nog maar aan het trainen, eten & slapen ben. Dan kan één keer per week een uurtje naar het strand, naar de markt of koffiedrinken in een cafeetje al een prachtig uitje zijn.

De trainingsstage in Mount Laguna markeert voor mij het begin van de periode dat alles 100% op het lopen gericht moet zijn. Trainingen, wedstrijden, herstel, slapen, eten, behandelingen etc. hebben prioriteit en andere zaken gebeuren alleen als het echt kan, wat in de praktijk betekent dat naast een afspraak in mijn agenda vaak “misschien” staat of “alleen als ik niet te moe ben en geen pijntjes heb” (ook wel afgekort “waarschijnlijk niet”).

Steve Cram zei zo mooi tijdens het WK indoor dat een van de redenen dat het gat tussen de Afrikaanse en Westerse lange afstandlopers nog niet gedicht is omdat de Westerse atleet vanalles ‘moet’. Hierbij hoort een mooi lijstje van naar de film gaan, feestjes of winkelen tot studeren, werken en carrière maken. Veel Afrikaanse atleten zijn content door hard te trainen, nog harder uit te rusten en het leven vooral niet onoverzichtelijker dan nodig te maken met zaken die niet bijdragen tot goede prestaties. Daarvan ga je dus hard lopen, dat weet Steve, dat weet iedereen. Toch is het nog niet zo makkelijk om al die andere zaken opeens niet te willen en het is natuurlijk ook de vraag of dat het antwoord is aangezien deze afleidingen zo met onze levens zijn verweven.

IMG_20140221_212123

Als ik niet gelukkig ben, kan ik niet goed trainen

Voor mijzelf weet ik dat goede mentale gesteldheid vereist is om hard te lopen. Als ik niet gelukkig ben kan ik niet goed trainen. Maar als ik niet uitgerust ben, train ik ook niet goed en daar worden we weer verschrikkelijk ongelukkig van. Het gevaar zit hem in dat als ik vol in training ben er wel wat tijd is om andere dingen te doen, maar nauwelijks energie. Daarom moet ik mezelf er steeds aan herinneren waarom ik bepaalde zaken doe en laat. Dit gaat meestal goed, maar af en toe wint de frustratie het en ga ik de fout in. Eerst een dutje overslaan, dan wat teveel in een dag proppen of teveel tijd ‘on my feet’. Voordat ik het weet, ben ik de hele dag (of week als ik pech heb) een slappe vaatdoek.. bloedprikken, uitrusten, trainingen aanpassen en je dan realiseren dat dit het niet echt waard was. Gelukkig kan ik zeggen dat dit steeds minder vaak voorkomt, misschien leer ik dan toch van mijn fouten.

Trainingsstages zijn om hard, vaak, veel en met anderen te trainen. Om de kou of de hitte te ontvluchten of om op hoogte kilometers te vreten. Ik dacht bij het woord trainingsstage altijd na over de dingen die ik daar wél doe, niet over wat ik er laat. Maar rust en het gebrek aan afleidingen zijn juist de ingrediënten die een stage en seizoen tot een succes kunnen maken. Boven op de berg in Falls Creek of Mount Laguna waar verder niet zoveel te doen is, pak ik vanzelf meer rust. Door mijn trainingsmaatjes werd ik vorig jaar in Mount Laguna al liefkozend “sloth” (luiaard) genoemd vanwege mijn slaaptalent. Ik herstel dan dus beter en sneller van mijn trainingen, train vervolgens beter en de goede trainingsresultaten motiveren weer enorm om alle 1%-ers (details) perfect uit te voeren en onder andere weer genoeg rust te pakken. Daarnaast neem ik meer tijd om mijn “prehab” oefeningen te doen (prehab is preventieve rehab, met andere woorden, alle oefeningen die ik doe om niet geblesseerd te raken en mijn techniek te verbeteren), daardoor voel ik me sterker als ik loop en daar worden we weer ontzettend blij van.

IMG_20140206_164710

Aan het einde van zo’n trainingsstage na 4 tot 6 weken boven op de berg heb ik altijd wel zin om terug te keren naar de bewoonde wereld. Maar als ik terugkijk op de voorgaande weken dan denk ik niet aan hoe ongelukkig ik was door alle dingen die ik daar niet kon doen. Trainingsstages zoals deze herinneren me eraan dat gewoon hard en goed trainen met dat ene doel voor ogen ontzettend veel voldoening kan geven en al helemaal als uiteindelijk successen volgen. Terug in de bewoonde wereld is dit natuurlijk een grotere uitdaging, maar met de positieve gedachten van de stage vers in het geheugen en het volgende tussenstation (stage of wedstrijd) in zicht hou ik de focus vast. Uiteindelijk verschillen Westerse atleten misschien niet zo van Afrikaanse atleten, maar door wat we zien in onze directe omgeving en onzekerheden voor de toekomst denken we dat we iets missen als we (voor een gedeelte van ons leven) alleen maar atleet zijn. Mijn Australische fysio herinnert me er vaak aan dat hij tijdens zijn carrière als atleet niet genoeg gefocust was en daar tot de dag van vandaag spijt van heeft. En het meest pijnlijke hieraan was voor hem niet eens dat hij niet harder heeft gelopen, maar dat hij na zijn carrière zich opeens realiseerde dat er nog zoveel tijd over was om andere dingen te doen en dat hij zijn “window of opportunity” niet meer kon verplaatsen.

Nu zeg ik niet dat iedere atleet zich opeens fulltime op de sport moet gaan richten, want het is nogal persoonlijk hoeveel rust iemand nodig heeft om optimaal te presteren of hoeveel afleiding van de sport om goed in het vel te zitten. Daarnaast is de mate van toewijding natuurlijk afhankelijk van andere factoren zoals bijvoorbeeld leeftijd, talent en ambitie. Maar het kan zeker geen kwaad om na te denken over in hoeverre je op de sport gefocust bent en daarnaast jezelf doelen te stellen en een plan te maken zoals je dat voor je trainingen (of eigenlijk alles in het leven) ook zou doen.

Na wat trial & error heb ik voor mezelf uiteindelijk een systeem gevonden dat werkt, waarin trainingsstages momenten markeren waarop de focus verandert en ik bij terugkomst die lijn altijd doortrek zodat ik wanneer het moet er 100% sta. Sloth of geen sloth, uiteindelijk wil ik als ik klaar ben met de sport kunnen zeggen dat ik er alles aan gedaan heb om hard te lopen. No regrets.

9 april 2014, Susan Kuijken